Op het hoogtepunt van zijn kunstenaarschap neemt het zelfportret een belangrijke schakelfunctie in. Daarnaast is het schilderij een herwerking van een bestaand werk uit zijn studentenjaren. Het werk heeft een bijzondere betekenis voor het collectieve geheugen vanwege de verschillende verwijzingen naar de kunstgeschiedenis en in het bijzonder naar Rubens. Ook de toepassing van de renaissancistische tondo illustreert dat. Daarnaast legde Ensor heel wat humor in dit schilderij: zelf exposeerde hij het bij Les XX in 1890 onder de titel Mon portrait déguisé . Dit werk illustreert hoe Ensor zichzelf relativeert en tegelijk ook verheerlijkt.