De vader zit links in een armstoel met aan weerszijden zijn twee oudste zonen. De jongste zoon staat voor hem en houdt een vogel op een zitstokje in de hand. Links zit de moeder en haar dochtertje staat naast haar met een bloem in de hand. Het doek was vroeger in twee verdeeld: een stuk met de vader en zijn zonen het andere met moeder en dochter. In 1930 werden beide delen opnieuw in een doek verenigd.