Dit tafereel speelt zich af in de achttiende eeuw. De kleuren wit lichtblauw en roze doen denken aan de rococo. Op het eerste gezicht lijkt het een galant en bekoorlijk toneeltje maar wanneer men beter kijkt ziet men de sombere broeiende blik van de kunstenares die voor zich uitstaart. Op het onafgewerkte doek staan drie buitelende gevleugelde knaapjes afgebeeld. Gevleugelde jongetjes met pijl en boog zijn eroten of minnegoden. Eén van hen is Eros de zoon van Afrodite en god van de liefde. Hij maakt mensen verliefd door een pijl in hun hart te schieten. Een ander figuurtje is Anteros de halfbroer van Eros en zinnebeeld van de wederzijdse liefde. Hij staat ook symbool voor de zich wrekende versmade liefde. Die wordt verbeeld door het derde knaapje met het doodshoofd die zijn speelkameraad wil doorboren met een pijl. De kunstenares koestert een onbeantwoorde liefde en heeft haar liefdesverdriet in het kunstwerk uitgedrukt. De man in de achtergrond is vermoedelijk haar leermeester. Misschien is hij het voorwerp van de liefde van het meisje en beseft hij nu pas wat hij haar heeft aangedaan.