Te midden van twee groepen geknielde gildeleden bemerkt men drie (op grotere schaal uitgevoerde) heiligen: een zegenende abt met kruisstaf en zwarte kazuifel wellicht de heilige Libertus volgeling van Mechelens patroon de heilige Rumoldus (Rombout); deze laatste bevindt zich in bisschopelijk ornaat met kromstaf en koormantel aan de tegenovergestelde zijde. Deze heilige fungeert hier als gildepatroon. Hij draagt de trekken van Filips de Schone; de prinses met het lam op de achtergrond bezit de fysionomie van diens echtgenote Johanna van Castillië. Meer naar rechts ontwaart men een koningspaar aan de ingang van een kasteeltje het gebeuren gadeslaand; het zijn de volgens de legende uitgebeelde ouders van de prinses die door de heilige Joris gered werd. Ter linkerzijde zijn zestien schutters geknield de handen als in gebed of verering (voor hun patroon) gevouwen. Op de eerste rij de gildekoning herkenbaar aan het gouden halssnoer voorzien van het wapen van Mechelen het gildeblazoen het kruisbooginsigne en de hanger (een vleugelslaande vogel ook zichtbaar in de rechter bovenhoek van het Schuttersfeest van de Meester van Frankfurt). Naast hem knielen twee personen waarvan één in rode mantel zonder het schuttersinsigne (een plant met drie kruisbogen tussen zijn wortels) dat de anderen in het wit geborduurd op hun mouw dragen. Ter rechterzijde houden zich eveneens veertien gildeleden op vergezeld van drie andere personages. Het landschap op de achtergrond is dat van Mechelen en omgeving.